Schilderen bij lage temperaturen, zin of onzin?

painter, delete, hauswand
Bestel-verf.nl

Het weer is van grote invloed op de uitvoering van buitenschilderwerk. Bij te lage temperaturen en te hoge luchtvochtigheid kunnen problemen ontstaan. Zo wordt er gesteld dat schilderwerkzaamheden niet kunnen plaats vinden bij;

  • Omgevingstemperatuur beneden 10 °C
  • Hogere relatieve vochtigheid dan 85 %
  • Oppervlaktetemperatuur lager dan 5 °C
  • Houtvochtigheid hoger dan 20%

Met deze gegevens komt de vraag; is het onverantwoord om in de periode tussen oktober en april buitenschilderwerk uit te voeren? Er zijn uiteraard momenten waarop het onverantwoord is om buitenschilderwerk uit te voeren, maar er zullen ook momenten zijn waarop de weersomstandigheden zodanig zijn dat buitenschilderwerk zonder problemen uitgevoerd kan worden. Deze momenten zal de schilder zelf moeten bepalen.

Welke problemen ontstaan er daadwerkelijk bij te lage temperatuur en te hoge vochtigheid? 

Als we een normale alkydharsverf bekijken is het advies voor een goede verwerking. een minimum temperatuur van 5°C en een maximale relative vochtigheid van 85%. Wat gebeurt er eigenlijk bij het overschreiden van deze grens?

Het eerste probleem onstaat bij de verwerking. Als de temperatuur te laag is wordt de viscositeit van een verf hoger (dikker), dit betekent over het algemeen meer verdunning toevoegen, dit heeft to gevolg dat het vastestofgehalte afneemt. Er blijft minder droge laagdikte over met als gevolg een  lagere duurzaamheid.

Het tweede probleem is uitdroging. Een alkydharsverf droogt zowel fysisch als chemisch. Fysische droging is een proces waarbij verdamping van het oplosmiddel plaatsvindt, het bindmiddel blijft in de vorm van chemisch onveranderde lange ketenmoleculen als een film achter, Chemische droging is een proces waarbij de uiteindelijke noodzakelijke macromoleculen tijdens de droging worden gevormd door een scheikundige reactie uit kleinere moleculen.

Bij een hogere temperatuur is de verf sneller droog, het oplosmiddel verdampt sneller en de chemische reactie met zuurstof vindt in een sneller tempo plaats. Bij een lage temperatuur zal de chemische droging met zuurstof trager plaatsvinden, theoretisch zou als gevolg hiervan de zuurstof beter in de laag kunnen penetreren en hier reageren met het alkydbindmiddel. Hierdoor zou een betere droging kunnen plaatsvinden in de verffilm. In de praktijk blijkt echter dat er een achterstand in droging blijft.

De film vorming van alkydharsen komt in de eerste 24 to 48 uur tot stand. Afhankelijk van het type en de verwantschap met het bindmiddel blijft 1-3% rest oplossing in de verflaag achter. Het kan soms enige maanden duren voordat al het oplosmiddel uit de verflaag is verdwenen. Het langdurig vasthouden van oplosmiddel wordt oplosmiddelretentie genoemd.

Dit betekent dat het oppervlak van de verflaag droogt. Hierbij vormt zich een huidje, in de verflaag zit nog oplosmiddel dat als het ware opgesloten zit in de verffilm en moeiljker kan ontwijken. De moleculen die zich onder dit huidje bevinden zijn veel beweeglijker  ze bevinden zich in vloeibare vorm. Deze hoge bewegelijkheid veroorzaakt een hogere vochtopname, dat nadelig is voor de verfilm. Onder invloed van vocht kunnen alkydharsen matslaan, zwellen en verkleuren. Wanneer tijdens de droging een alkydhars te snel met vocht belast wordt ontstaat glansverlies door microrimpeling van het oppervlak. Bij lage temperaturen treedt het verschijnsel van oplosmiddelretentie regelmatig op. Het kan leiden tot vroegtijdig  degraderen van de verffilm. De verflaag blijft langer zacht en is hierdoor gevoeliger voor beschadigen. Uiteindelijk zal de verffilm wel doorharden, maar gevaren als blaasjes en eventueel schroeien door oplosmiddelretentie nemen toe.